HIS

 

Voor taalbarrière kunt u in de HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z04 sociaal – cultureel probleem, deze gebruiken voor taalbarrière, omschrijving op de E-regel en episode aanpassen.

Voor laaggeletterdheid kunt u in de HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z07.01, analfabetisme, ook gebruiken voor laaggeletterdheid, E-regel en episode aanpassen.
    Voor taalbarrière gebruikt u (gebruik je) Z04 (sociaal-cultureel probleem), E-regel en episode aanpassen.
    In geval van laaggeletterdheid en taalbarrière beide codes gebruiken.

Vaak hebben laaggeletterden moeite om de uitleg van de huisarts of apotheker en de bijsluiter te begrijpen. Dat kan leiden tot therapie-ontrouw en verkeerd geneesmiddelgebruik. De KNMP en Pharos zijn onlangs een campagne gestart met de titel: ‘Kunt u dit even uitleggen?’. In het gelijknamige boek leest u persoonlijke verhalen van mensen die moeite hebben met lezen en wat zij hebben meegemaakt rond medicatiegebruik.

Tip
Indien er sprake is van laaggeletterdheid en taalbarrière beide coderingen gebruiken.

Bronnen
Voor meer informatie over de campagne van KNMP en Pharos:
https://www.knmp.nl/patiëntenzorg/laaggeletterdheid/over-laaggeletterdheid-en-medicatiegebruik

1 op de 5 patiënten in een huisartsenpraktijk is mantelzorger. De LHV pleit met Mezzo, Expertisecentrum Mantelzorg (samenwerkingsverband van Vilans en Movisie) en het Ministerie van VWS met een praktische toolkit mantelzorg, te waken voor ‘een patiënt achter de patiënt’.

Bron
https://www.lhv.nl/service/toolkit-mantelzorg 

Tip
Voor mantelzorg kunt u in het HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z14 mantelzorg, noteer in het HIS of iemand mantelzorg geeft/ontvangt.

 

Voor laaggeletterdheid kunt u in de HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z07.01, analfabetisme, ook gebruiken voor laaggeletterdheid, E-regel en episode aanpassen.
    Voor taalbarrière gebruikt u (gebruik je) Z04 (sociaal-cultureel probleem), E-regel en episode aanpassen.
    In geval van laaggeletterdheid en taalbarrière beide codes gebruiken.

 

Zwanger

Betrek ook de verloskundige voor een afspraak. Vaak doen zij kinderwensspreekuren (zie onderstaande link). Juist om problemen tijdens de zwangerschap voor te zijn. Mede op verzoek van de KNOV heeft een deel van de verloskundigen de training laaggeletterdheid bij Pharos gevolgd. U helpt een patiënt door voor te stellen de verloskundige op de hoogte te brengen van de laaggeletterdheid (zie ook onder Waarom een warme overdracht juist nu belangrijk is

Bron
http://www.knov.nl/vakkennis-en-wetenschap/tekstpagina/521/kinderwensspreekuur/

 

‘Talige’ folders over aandoeningen en gezond leven bereiken laaggeletterden en analfabeten niet of nauwelijks. Dit voorlichtingsboekje is speciaal voor deze groepen ontwikkeld. Er is een gedrukt boekje, een digitale folder en een digitale folder die wordt voorgelezen in meerdere talen. Uit onderzoek blijkt dat de combinatie van plaatjes, eenvoudig taalgebruik én geluid (voorlezen) het best werkt.

Op de website van Pharos is meer eenvoudig voorlichtingsmateriaal te vinden, bijvoorbeeld waarin een hielprik wordt uitgelegd.

Bronnen
http://www.strakszwangerworden.nl/strip
http://www.pharos.nl/documents/doc/kelly_en%20karim_willen_zwanger_worden.pdf
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/eenvoudig-voorlichtingsmateriaal

Diabetes

Er zijn verschillende gesprekslijsten waarmee u meer over de achtergrond van uw patiënt te weten te komen. In de gesprekslijst ‘Zorg in eigen hand’ staan tips en communicatieadviezen en voorbeeldvragen aan de patiënt. Deze vragen helpen om beter zicht te krijgen op de situatie waarin een patiënt zich bevindt en leiden tot beter afgestemde zorg op de behoeften van de patiënt.

Ook ‘Het Culturele Interview’ is een gesprekslijst om de patiënt beter te leren kennen. Deze gesprekslijst is ontwikkeld binnen de Geestelijke Gezondheidszorg. Met Het Culturele Interview komt u meer te weten over de culturele achtergrond van patiënten, hoe zij over hun klachten denken en hoe patiënten (en hun omgeving) met de klachten omgaan. In verschillende werkvelden van de gezondheidszorg wordt gewerkt met Het Culturele Interview, zoals de huisartsenzorg, jeugdzorg en maatschappelijke opvang. Voor ieder werkveld is er een aangepaste versie van Het Culturele Interview gemaakt.

Voor de ouderenzorg heeft Pharos Het Culturele Interview aangepast tot de gesprekslijst ‘Zorgen doe je samen’. Deze lijst is speciaal ontwikkeld voor verzorgenden en verpleegkundigen om af te nemen bij mantelzorgers van migranten met dementie die zelf de vragen door de dementie niet meer kunnen beantwoorden.

Bronnen
De gesprekslijst ‘Zorg in eigen hand’ is te vinden op:
http://www.pharos.nl/documents/doc/communicatieadviezen-kaartje-zorg-in-eigen-hand.pdf

De gesprekslijst ‘Zorgen doe je samen’ en de bijbehorende handleiding vindt u op: http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/ouderen-en-gezondheid/dementie/gesprekslijst-zorgen-doe-je-samen

Het Culturele Interview en varianten hierop, waaronder een voor de POH-GGZ, vindt u op: http://cultureelinterview.nl/verschillende-versies/

 

Samen met het NHG en Stichting Voorlichters Gezondheid als partners, heeft Pharos een praktisch en visueel ingericht handboek ontwikkeld voor de beperkt gezondheidsvaardige diabetespatiënt. In het handboek worden patiënten op een beeldende manier meegenomen en wordt stap voor stap uitgelegd wat diabetes is, wat ze zelf kunnen en moeten doen, met welke verschillende zorgverleners ze te maken krijgen en wat ze daar kunnen verwachten.

Er is ook een handleiding voor de POH-er en huisarts over het werken met het handboek bij een beperkt gezondheidsvaardige patiënt. Het is aan te raden de training waarin ook coachende vaardigheden voor in de huisartsenpraktijk aan bod komen, te volgen.

Bron
Meer informatie over het handboek voor gebruikers ‘Ik heb diabetes, wat kan ik doen?’, de handleiding en de training ‘Zorg in eigen hand: coachende vaardigheden bij laaggeletterden met een chronische aandoening’ (beide voor de zorgverlener) vindt u op:
www.pharos.nl/diabetes

Teach-back methodiek

Om zeker te weten dat een patiënt begrepen heeft wat er besproken is, kunt u het beste vragen of de patiënt u kan uitleggen wat hij of zij moet doen. Dit is de zogenaamde teach-backmethode. De teach-backmethode houdt in dat u vraagt of de patiënt wil navertellen wat u heeft uitgelegd. Patiënten ervaren dit doorgaans niet als belerend of beledigend, maar juist dat ze serieus genomen worden.

Voorbeeldzinnen
“Ik wil weten of ik het goed heb uitgelegd. Kunt u mij vertellen wat u nu moet doen?”
“Ik wil zeker weten dat ik goed heb laten zien hoe het werkt. Kunt u voordoen hoe u straks thuis de inhalator gaat gebruiken?”

Tip
Kijk wat ex-laaggeletterde Dicky zegt over de teach-backmethode:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/ex-laaggeletterden-vertellen-hun-verhaal-video

 

 

Pas de teach-backmethode (het nagaan of een patiënt begrepen heeft wat er besproken is door de patiënt te vragen uit te leggen wat hij of zij moet doen) meerdere keren gedurende het gesprek toe om zeker te weten dat een patiënt, die de Nederlandse taal niet zo goed spreekt, begrepen heeft wat er besproken is. Vraag niet “Heeft u het begrepen?”, want de kans is groot dat de patiënt sowieso “Ja” zegt. Vraag welke vragen hij of zij heeft. Vraag ook of de patiënt wil navertellen wat u heeft uitgelegd. Patiënten ervaren dit doorgaans niet als belerend of beledigend, maar juist dat ze serieus genomen worden.

Voorbeeldzinnen
“Ik wil weten of ik het goed heb uitgelegd. Kunt u mij vertellen wat u nu moet doen?”
“Ik wil zeker weten dat ik goed heb laten zien hoe het werkt. Kunt u voordoen hoe u straks thuis de inhalator gaat gebruiken?”


Voorbeeld uit de praktijk
Een fysiotherapeut uit Utrecht, die zeer ervaren is in het bieden van zorg aan laaggeletterde patiënten, maakt toch nog mee dat ze zich vergist. Ze denkt dan: “Deze patiënt heeft het heus begrepen. Dat hoef ik niet terug te vragen. Maar ja, laat ik het toch doen, al is het om mijn gelijk bewezen te zien.” Dan blijkt regelmatig dat de patiënt iets cruciaals anders heeft geïnterpreteerd.

Tip
Mocht u toch schroom hebben om de teach-backmethode te gebruiken, bedenk dan dat de gêne vaak bij de zorgverlener ligt en niet bij de patiënt. Een patiënt voelt zich juist serieus genomen.

Taal en cultuur

Pharos biedt voor huisartsen verschillende trainingen aan waarin cultuursensitief werken aan bod komt. In de trainingen ‘Effectief communiceren met laaggeletterden’, ‘Interculturele competenties – communicatie rondom zorg en ziektebeleving’ en ‘GGZ-problematiek bij migranten in de huisartspraktijk’ krijgt u kennis en vaardigheden aangeboden die bruikbaar zijn in de zorgverlening aan zowel autochtone Nederlanders, als Nederlanders met een migrantenachtergrond. Zo krijgt u:

  • inzicht in de mogelijkheden van uw patiënten om de informatie, adviezen en vragen te begrijpen
  • gelegenheid om te oefenen in communiceren met laaggeletterden met medewerking van een acteur
  • inzicht in het laten aansluiten van de communicatie op de mogelijkheden van uw client
  • vaardigheid in het herkennen van laaggeletterden in uw praktijk
  • gelegenheid te oefenen met de teach-backmethode.

Bron
Heeft u belangstelling voor een incompany aanbod? Neemt u dan contact op via training@pharos.nl of (030) 234 98 00.

Meer informatie over trainingen van Pharos kunt u vinden op:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/algemeen/trainingen

Als een patiënt de Nederlandse taal niet goed spreekt, is het nodig de communicatie aan te passen. Het helpt om korte zinnen te gebruiken in de tegenwoordige actieve tijd. Laat stiltes of pauzes vallen, zodat de patiënt even de tijd heeft om te begrijpen wat er net gezegd is voordat er weer een nieuwe zin komt.

Tips

  • Aansluiten bij de belevingswereld: uitspraken als ‘drie maal daags innemen’ zijn lastig te begrijpen. Het werkt beter aan te sluiten bij de belevingswereld van de patiënt. Bijvoorbeeld: ‘bij het ontbijt’, ‘voordat u de kinderen van school haalt’ en ‘na het avondeten’.
  • Beeldspraak vermijden: wanneer iemand de Nederlandse taal lastig vindt, zijn beeldspraken erg ingewikkeld. Hieronder staan enkele voorbeelden van hoe het mis kan gaan:

“Deze vlekjes op de huid kan ik even niet thuisbrengen,” wordt heel letterlijk genomen. En “Wat is er aan de hand?” gaat soms ook mis.

Een zorgverlener en een patiënt waren in gesprek waarbij de patiënt dacht dat het over voeding van het kind ging, terwijl de zorgverlener toch echt had gevraagd: “Hoe gaat het met de opvoeding?”.

  • Nuanceringen uit uw taalgebruik: zeg niet ‘niet te veel…’, maar zeg ‘beter geen…’.
  • Spiegelen: het helpt enorm om uw communicatie aan te passen aan de patiënt. Spiegelen – het gebruiken van de woorden die de patiënt zelf gebruikt – is een manier om dit te doen.

Bron
Een ex-laaggeletterde vertelt over de gevolgen van miscommunicatie in het fimpje ‘Medicijnen’ (laatste filmpje op deze webpagina) dat 1:28 minuten duurt:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/ex-laaggeletterden-vertellen-hun-verhaal-video

Voor taalbarrière kunt u in de HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z04 sociaal – cultureel probleem, deze gebruiken voor taalbarrière, omschrijving op de E-regel en episode aanpassen.

Voor laaggeletterdheid kunt u in de HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z07.01, analfabetisme, ook gebruiken voor laaggeletterdheid, E-regel en episode aanpassen.
    Voor taalbarrière gebruikt u (gebruik je) Z04 (sociaal-cultureel probleem), E-regel en episode aanpassen.
    In geval van laaggeletterdheid en taalbarrière beide codes gebruiken.

Vaak hebben laaggeletterden moeite om de uitleg van de huisarts of apotheker en de bijsluiter te begrijpen. Dat kan leiden tot therapie-ontrouw en verkeerd geneesmiddelgebruik. De KNMP en Pharos zijn onlangs een campagne gestart met de titel: ‘Kunt u dit even uitleggen?’. In het gelijknamige boek leest u persoonlijke verhalen van mensen die moeite hebben met lezen en wat zij hebben meegemaakt rond medicatiegebruik.

Tip
Indien er sprake is van laaggeletterdheid en taalbarrière beide coderingen gebruiken.

Bronnen
Voor meer informatie over de campagne van KNMP en Pharos:
https://www.knmp.nl/patiëntenzorg/laaggeletterdheid/over-laaggeletterdheid-en-medicatiegebruik

Therapietrouw is niet ‘aan-‘ of ‘afwezig’. Een patiënt kan therapietrouw zijn – zijn of haar best doen de adviezen op te volgen – maar op het moment dat familie komt en er andere waarden heel belangrijk zijn, kunnen die voor gaan. Ook kan het zijn dat een patiënt trouw is op zijn of haar manier, maar dat het verkeerd uitpakt omdat de patiënt het advies niet goed begrepen heeft.

Een consult beginnen door direct te vragen of de adviezen zijn opgevolgd, zet de patiënt meteen in het beklaagdenbankje. Hij of zij heeft het (weer) niet goed gedaan. Het is dan bovendien lastig om te achterhalen wat er mis is gegaan; de toon is immers gezet. Vraag eerst hoe het gaat met het leven van de patiënt. Toon interesse. Vraag naar de kinderen. Begin daarna pas over de medicatie.

Tips

  • Zegt een patiënt zijn best te doen en gemotiveerd te zijn, maar lukt het niet, dan is dit een signaal van mogelijke laaggeletterdheid.
  • Verwijzingen naar een andere zorgverlener waar de patiënt vervolgens niet naar toe gaat? Misschien is het niet een gebrek aan motivatie, maar weet de patiënt letterlijk niet hoe hij of zij daar naar toe kan. Met het OV? Welke bus? Het is aan te raden dat door te nemen.

De huisarts heeft als geen andere zorgverlener een vertrouwensrelatie met de patiënt. Als een patiënt ervaart dat een zorgverlener nooit tevreden is, dan is de relatie niet goed. Wat helpt bij laaggeletterde mensen bij wie het zelfvertrouwen niet groot is, is het ondersteunen bij het zetten van kleine stapjes. “Ja, het is gelukt!” in plaats van telkens weer te moeten zeggen “Nee, het is me weer niet gelukt.” Lukken kleine stappen wel dan zijn zowel de patiënt als de zorgverlener tevreden. En dat help weer om nieuwe doelen te stellen. “Kijk, u kunt het wel! Dus het volgende doel lukt u ook.”

Voorbeeld uit de praktijk
Een nurse practitioner uit Amsterdam zette haar patiënt als volgt aan tot meer bewegen: “Neem niet de auto of de bus naar de supermarkt, maar fiets of ga lopen.” Dat is een haalbaar doel. Ze zei niet “Ga sporten!” want dat was op dat moment een brug te ver.

Tips
Een onderzoek onder patiënten met een migrantenachtergrond wees uit dat de huisarts veel autoriteit heeft, maar dat het vertrouwen daalt bij bepaalde uitspraken:
– Wat kan ik voor u doen? (werkt niet goed)
– Wat verwacht u van me? (werkt niet goed)
– Zegt u het eens! (werkt niet goed)
– Wat denkt u zelf? (werkt niet goed)
De patiënten vonden het ongepast dat een arts zulke vragen stelt. Is de huisarts zelf niet kundig? Neemt de huisarts mij niet serieus?
Wat wel werkt:

  • Gebruik de openingszin: ‘Hoe gaat het met u?’
  • Begin het consult met vragen naar iemands persoonlijke omstandigheden. Dit wordt vaak gewaardeerd en kan de (vertrouwens)relatie versterken.
  • In veel culturen worden problemen niet zo direct besproken als in Nederland; respectvol er naar vragen wordt over het algemeen wel gewaardeerd. Vraag eerst naar de feiten en de rol van de familie, en pas daarna naar gedachten of emoties van de patiënt.
  • Vraag eerst naar de gedachten en opvattingen van uw patiënt ten aanzien van de klachten, de ziekte en de behandeling, dan kent u zijn of haar referentiekader. Dit helpt als u dan uw opvattingen deelt: Als iemand bijvoorbeeld vertelt dat hij/zij gelooft dat djinns of zwarte magie

de ziekte veroorzaken kunt u uitleggen dat u hun idee respecteert, maar dat u alleen

kan doen waarvoor u bent opgeleid en waar u ervaring mee heeft. U kunt iemand dan

bijvoorbeeld aanraden om óók met een geestelijk verzorger of Imam te praten.

Maak zo concreet mogelijk wat er gezegd wordt door het voor te doen of voor te laten doen. Dan kunnen er geen misverstanden ontstaan.

Tips
Laaggeletterde patiënten leren door: voordoen – nadoen – herhalen – automatiseren. Waar mogelijk is het goed om informatie te herhalen. Ook voordoen is prettig voor patiënten met laaggeletterdheid. Laat de patiënt bijvoorbeeld lichaamsdelen bij zichzelf aanwijzen.

In nauwe afstemming met het NHG en de LHV ontwikkelde en onderhoudt Pharos deze praktische website voor huisartsen. Huisartsen die vragen hebben over de zorg voor migrantenpatiënten vinden hier inhoudelijke informatie. Ook staat er voorlichtingsmateriaal op in eenvoudig Nederlands en in andere talen:
www.huisarts-migrant.nl


Tip
U kunt patiënten wijzen op ‘De Mikado Helpdesk’. Dit is een website voor mensen uit verschillende culturen die in Nederland wonen en vragen hebben over de zorg. Er is diverse informatie te vinden in verschillende talen.
http://www.mikadohelpdesk.nl/

 

Pas de teach-backmethode (het nagaan of een patiënt begrepen heeft wat er besproken is door de patiënt te vragen uit te leggen wat hij of zij moet doen) meerdere keren gedurende het gesprek toe om zeker te weten dat een patiënt, die de Nederlandse taal niet zo goed spreekt, begrepen heeft wat er besproken is. Vraag niet “Heeft u het begrepen?”, want de kans is groot dat de patiënt sowieso “Ja” zegt. Vraag welke vragen hij of zij heeft. Vraag ook of de patiënt wil navertellen wat u heeft uitgelegd. Patiënten ervaren dit doorgaans niet als belerend of beledigend, maar juist dat ze serieus genomen worden.

Voorbeeldzinnen
“Ik wil weten of ik het goed heb uitgelegd. Kunt u mij vertellen wat u nu moet doen?”
“Ik wil zeker weten dat ik goed heb laten zien hoe het werkt. Kunt u voordoen hoe u straks thuis de inhalator gaat gebruiken?”


Voorbeeld uit de praktijk
Een fysiotherapeut uit Utrecht, die zeer ervaren is in het bieden van zorg aan laaggeletterde patiënten, maakt toch nog mee dat ze zich vergist. Ze denkt dan: “Deze patiënt heeft het heus begrepen. Dat hoef ik niet terug te vragen. Maar ja, laat ik het toch doen, al is het om mijn gelijk bewezen te zien.” Dan blijkt regelmatig dat de patiënt iets cruciaals anders heeft geïnterpreteerd.

Tip
Mocht u toch schroom hebben om de teach-backmethode te gebruiken, bedenk dan dat de gêne vaak bij de zorgverlener ligt en niet bij de patiënt. Een patiënt voelt zich juist serieus genomen.

De inzet van familie of vrienden als tolk kan leiden tot weglaten van relevante informatie bijvoorbeeld vanwege schaamte of onvoldoende taalbegrip. Overweeg zeker bij beladen onderwerpen een professionele tolk. Het inzetten van een tolk levert uiteindelijk tijdwinst op door beter wederzijds begrip (Kwaliteitsnorm tolkgebruik bij anderstaligen in de zorg).

Tolken inschakelen via TVCN tel 088-2555222 (sinds 2012 geen vergoeding meer) en bij asielzoekers via Concorde 020-8202892 (wél vergoeding).

 

Vertrouwen ligt in het verlengde van elkaar kennen. Voor vluchtelingen, net als bij andere patiënten, is het belangrijk dat een huisarts geïnteresseerd in hem of haar is en iets afweet van het leven voor de vlucht en het leven nu in Nederland. Te weten dat de arts hen begrijpt helpt om duidelijk te maken dat u de patiënt graag wil leren kennen om hem of haar te kunnen begrijpen.

In ‘Huisarts en vluchteling. Practicum Huisartsgeneeskunde’ van Evert Bloemen en Jaap van der Laan kunt u onderstaande tips en meer praktische informatie vinden over cultuursensitieve communicatie met vluchtelingen.

Tips

  • Let op dat u langzaam en duidelijk spreekt. Hard praten hoeft niet.
  • Stel iedere vraag los van andere vragen en vermijd dubbele vragen in een vraag.
  • Vermijd negatieve vragen, want die kunnen misverstanden veroorzaken. (“Heeft u geen last van vermoeidheid?”).
  • Door goed te luisteren, hoort u aanwijzingen voor het antwoord vaak in de klacht.
  • Geef tijd en ruimte om te antwoorden, het mag even stil zijn.
  • Ondersteun en moedig aan om zich uit te spreken.
  • Verifieer of u goed begrepen bent en of u het goed heeft begrepen.
  • Vermijd jargon (het woord wordt herkend, de betekenis niet altijd).
  • Passende humor kan helpen. Cynische humor wordt niet altijd begrepen.
  • Handhaaf de regels van etiquette (beleefd, respectvol, gemanierd).

Bron
Evert Bloemen en Jaap van der Laan (2012) ‘Huisarts en vluchteling. Practicum huisartsgeneeskunde’, Reed Business, Amsterdam. 978-9035234109

In veel culturen is het gebruikelijk niet meteen ter zake te komen, maar eerst in de relatie te investeren. Dit levert u als huisarts op dat u relevanter antwoord krijgt op uw vragen, sneller de context van de klachten begrijpt, dat uw uitleg makkelijker wordt geaccepteerd en uw adviezen beter worden opgevolgd.

Een uitgebreid kennismakingsgesprek met vluchtelingen die nieuw in de praktijk zijn, is zowel voor huisarts als vluchteling van meerwaarde. Zo’n gesprek helpt om relevanter antwoord op vragen te krijgen, sneller de context te kunnen begrijpen en beter inzicht in risicofactoren in het gezin te hebben. Voor de vluchteling leidt het tot meer acceptatie van uitleg en adviezen. En een kennismakingsgesprek helpt om het vertrouwen te winnen.

Ook hierbij is het prettig eerst te verwelkomen, vragen te stellen over familie en welzijn en pas daarna to the point komen. Daarna kan het gaan over opleiding en werk, maar ook over ervaringen tijdens het vluchten en de aanleiding voor de vlucht. Dit kan emotioneel beladen zijn, maar vluchtelingen weten dan dat ook hierover gesproken kan worden met een huisarts. De huisarts heeft meteen een eerste indruk.

Tips
Geef vluchtelingen ‘waakzaam de tijd’. De tijd om te wennen aan de nieuwe situatie en de gebeurtenissen te verwerken. In een aflevering van het televisieprogramma De Reünie op Vlieland uit 2002 waar in 1997 een asielzoekerscentrum was geopend, spreken de vluchtelingen hun waardering uit voor de huisarts die zij destijds hadden. De huisarts was zelf ooit als jongen uit Nederlands-Indië naar Nederland gekomen en voelde intuïtief aan dat het bieden van een luisterend oor en het geven van tijd nodig is bij het wennen in Nederland. Waakzaam omdat er ingegrepen – zoals in de situatie van Khaled – moet worden als er hulp nodig is.

Vragen die bijvoorbeeld in een kennismakingsgesprek gesteld kunnen worden:

‘Lastig he, een nieuw land, een nieuwe taal…’
‘Is religie voor u belangrijk? Biedt het u houvast?’
‘Hoe bent u opgegroeid? In wat voor gezin?’

Bron
Maria van den Muijsenbergh & Eldine Oosterberg (red.) (2016) ‘Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk, praktische tips en inspirerende voorbeelden’, Pharos/NHG. ISBN-nr 978-90-5793-265-6

Een POH-GGZ kan aan de hand van Het Culturele Interview in gesprek gaan. Het Culturele Interview bestaat uit vragen waarmee iemands migratieverleden, geloof en culturele normen en waarden inzichtelijk gemaakt worden. Voor POH-ers heeft Pharos in samenwerking met NIVEL een trainingsprogramma ontwikkeld waarin Het Culturele Interview en cultuursensitief werken een plaats hebben gekregen.

Bron
Het Culturele Interview en meer informatie daarover vindt u op:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/herkennen-laaggeletterdheid-en-effectief-communiceren/culturele-interview

Het klinkt voor de hand liggend, maar is toch belangrijk om goed te beseffen: Vluchtelingen zijn gewone mensen met ongewone ervaringen. Behandel ze ook gewoon. Geef ze inzichten en tools.

Wijk

 

Het is waardevol als een gemeente of een andere partij een wijkbijeenkomst voor alle professionals die werkzaam zijn in een wijk organiseert. Een laagdrempelige vorm van bijeenkomsten zijn wijklunches, zoals ook in de wijk waar huisarts Margot werkt. Professionals leren elkaar kennen; samenwerken en doorverwijzen wordt zo een stuk makkelijker.

Voorbeelden uit de praktijk
In de achterstandswijk Overvecht in Utrecht worden wijklunches georganiseerd. De vorm en inhoud van de wijklunches varieert, opdat men flexibel aansluit op wat er speelt in de wijk. Op één van de wijklunches werden zorgverleners uitgenodigd op de zeepkist te gaan staan en kort te vertellen wat ze in de wijk doen. Een psychiater die net gestart was met een spreekuur in de wijk, pakte het podium. Toen hij vertelde zeer bereid te zijn te overleggen met huisartsen, stapte een huisarts direct op hem af om contactgegevens uit te wisselen.

In een achterstandswijk in Arnhem organiseerde Pharos in aansluiting op een presentatie over laaggeletterdheid, werktafels. Aan de werktafels zaten verschillende zorgverleners samen, zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten en maatschappelijk werk. Doel van de werktafel was om van elkaar te leren door een succesvolle ervaring met een patiënt onder de loep te nemen. Zo vertelde een ergotherapeut over een situatie met een patiënt.

Een patiënt van deze ergotherapeut, die de wijk niet erg goed kende, wilde graag met haar scootmobiel naar het winkelcentrum. Zij was echter snel gedesoriënteerd. De ergotherapeut heeft toen eerst rustig de weg van huis naar het winkelcentrum en terug besproken. Daarna hebben ze de weg meerdere keren samen afgelegd. Het bleef echter moeilijk. Uiteindelijk heeft de ergotherapeut foto’s van herkenbare punten – een stoplicht, een hoek van een gebouw – afgedrukt. Nu heeft de patiënt houvast.

De andere zorgverleners aan de werktafel waren tot dan toe onbekend met wat een ergotherapeut in bijzondere situaties voor en met patiënten kan doen. Een heuse eyeopener, die in de toekomst tot meer samenwerking met deze ergotherapeut zal leiden.

 

Een GGD kan een woningbouwvereniging adviseren om ongezonde situaties te verbeteren. Een melding door een huisarts draagt bij aan de urgentie. Belangrijk bij dergelijke stappen is dat er een feitelijke beschrijving moet zijn van hetgeen de huisarts observeert. In het tuchtrecht van de KNMG is vastgelegd dat de feiten genoemd mogen worden, en evenzo dat de relatie daartussen tot de mogelijkheden behoort, maar ook anders kan liggen. Dus: ‘Er zijn klachten met de gezondheid en er is sprake van schimmel; mogelijk is er een verband.’

Voorbeeld uit de praktijk
Een huisarts uit Nijmegen heeft goede ervaringen met het melden van ongezonde situaties rondom wonen. Zeker als zij van meerdere huizen in dezelfde wijk weet dat er sprake is van een situatie die nadelig is voor de gezondheid, dan neemt zij de telefoon ter hand en belt met woningcorporatie en GGD. Wel betrekt zij nadrukkelijk haar patiënten erbij. Zij spoort hen aan om zelf ook melding te blijven maken bij woningcorporatie en GGD.

Een Regionale Ondersteuningsstructuur (ROS) adviseert en begeleidt de eerste lijn én betrokken partijen bij zorg in de wijk. De ROS’en bieden bijvoorbeeld hulp bij het gezamenlijk opstellen van een zogeheten wijkscan. Ook in het project ‘Preventie in de buurt’ wordt de wijkscan genoemd als instrument om de samenwerking in de wijk beter af te stemmen op wat er nodig is in de wijk. In ‘Preventie in de buurt’ werkten het NHG en het RIVM Centrum Gezond Leven samen met het Trimbos-instituut, Pharos en ROS’en en GGD’en om preventie in de huisartsenpraktijk en publieke gezondheid beter te verbinden en te versterken. Op de website van het Loket ‘Gezond Leven’ staan inspirerende voorbeelden over:

  1. samenwerking rond leefstijlthema’s
  2. samenwerken in een wijkteam
  3. samen een wijkscan maken.

Ad 3. In een wijkscan duidt de gemeente met zorgverleners uit de wijk de gegevens over de gezondheid van wijkbewoners. Het gezamenlijk – gemeente met zorgverleners en eventueel bewoners – opstellen van een wijkscan beoogt verschillende doelen:

  • kennismaking tussen zorgverleners en andere professionals in de wijk
  • besef dat veel problemen in de wijk niet door één partij opgelost kunnen worden
  • inzicht in de achterliggende oorzaken van problemen.

Voorbeeld uit de praktijk
Een andere manier om een beter beeld te krijgen van wat er speelt in een wijk is het houden van gesprekken met bewoners. In de Haagse Schilderswijk is een huisarts actief betrokken geweest bij een zogenoemde gezondheidsdialoog: huisartsen, GGD, welzijnswerkers en andere hulpverleners gaan in gesprek met wijkbewoners. Hij zegt hierover:

Met de Gezondheidsdialoog proberen we de gebruikelijke gang van zaken om te keren. In plaats van mensen te vertellen dat ze moeten afvallen of bewegen, helpen we ze om die conclusie zelf te trekken. Wat zien zij als hun belangrijkste gezondheidsproblemen en mogelijke oplossingen? Als mensen zelf initiatieven nemen, zijn ze veel gemotiveerder om te blijven deelnemen.

Bronnen
Voor een wijkscan kunt u gebruik maken van Gezond in…gebiedsindicatoren:
https://www.gezondin.nu/instrumenten

Voorbeeld van een ROS die een wijkscan aanbiedt vindt u op: https://www.1stelijnamsterdam.nl/index.php/thema-s/ros-wijkscan
https://www.nhg.org/preventieindebuurt
https://www.loketgezondleven.nl/over-ons/programmas-rivm-centrum-gezond-leven/preventie-de-eerstelijnszorg

Werkt u in een gemeente waar wijkgericht gewerkt wordt en zoekt u aansluiting bij anderen in de wijk en wat daar gebeurt? Wellicht worden er vanuit de gemeente of GGD al stappen gezet om deze samenwerken te versterken. Dast kan o.a. door het maken van een wijkscan en het bespreken ervan met werkers en vrijwilligers uit de wijk:
https://www.gezondin.nu/thema/preventie-zorg/publicaties/48-e-boek-preventie-en-zorg-verbinden-in-de-praktijk
https://www.loketgezondleven.nl/gezonde-gemeente/gezondheidsbeleid-maken/wijkgezondheidsprofiel/

Binnen het project ‘Preventie in de buurt’ zijn vele voorbeelden verzameld, zoals het voorbeeld van de huisarts uit de Schilderswijk:

Een veilige omgeving draagt bij aan een betere gezondheid. Nu er steeds meer kennis is over de invloed van omgeving op gezondheid, en nu er meer taken bij gemeenten komen te liggen, werken gemeenten en huisartsen vaker dan ooit samen.

Tip
Bekijk de checklist: uit de digitale werkmap ontwikkeld door LHV en VNG voor samenwerking tussen huisartsen en gemeenten (zie onder bronnen). Een huisarts uit Alphen aan de Rijn zegt in de werkmap:

“In mijn ogen groeien de werelden van huisartsen en gemeenten steeds meer naar elkaar toe. (…) Huisartsen zien veel vragen en problemen in hun spreekuur, waar we zelf het antwoord niet op kunnen geven, maar in samenwerking met de gemeente en de patiënt wel mee aan de slag kunnen, zoals eenzaamheidsklachten of welzijnsproblematiek.”

Voorbeelden uit de praktijk
Op de website van ‘Gezond in…’, een gemeentelijk stimuleringsprogramma voor de locale aanpak van gezondheidsachterstanden, staan verschillende voorbeelden waarin de gemeente samenwerkt met de eerstelijnszorg. Bijvoorbeeld ‘vitaal Vechtdal’. Vitaal Vechtdal is een samenwerkingsinitiatief tussen huisartsen, verloskundigen, gemeenten, een zorgverzekeraar, ziekenhuis en ouderenzorg in de regio Hardenberg Ommen-Coevorden: “Het initiatief is ontstaan uit het besef dat oplossingen voor gezondheidsproblemen waarmee bewoners bij de huisarts kwamen niet (alleen) bij de eerstelijn lagen. Door vanuit een breder, integraal perspectief naar de problematiek te kijken worden klachten gedemedicaliseerd en wordt de oorzaak efficiënt aangepakt. Door samenwerking met de verzekeraar wordt de toegang tot zorg laagdrempeliger.”

Als binnen een wijk wordt uitgedragen “Zo werken wij hier!”, dan stimuleert dat om actief op integrale wijze te werken. Het opstellen van een wijkvisie helpt hierbij. Gemeenten kunnen dit opstellen samen met partijen uit de wijk. Korte versie van de wijkvisie die is ontwikkeld in de Gezonde Wijk in Utrecht Overvecht, zoals deze was in 2012:

Visie Gezonde Wijk Overvecht:
➤ Aansluiten op behoefte en eigen krachtProfessionals hebben het uitgangspunt dat iedere bewoner, ook de kwetsbare, eigen kracht heeft die kan worden gebruikt en hebben oog voor de (tijdelijke) grenzen hiervan. Professionals wegen kritisch hun eigen inzet af om niet te veel en niet te weinig zorg te geven en goed aan te sluiten bij wat de bewoner zelf wil bereiken.
➤ Samen werkt beter‘Samen werkt beter’ is de filosofie die Gezonde Wijk Overvecht hanteert, zowel op strategisch als op operationeel niveau. Het gaat over anders werken, anders organiseren, anders samenwerken, andere relatie hulpverlener-patiënt etc. Als het nodig is, betrekken professionals ook professionals uit andere sectoren dan preventie, zorg en welzijn, zoals onderwijs, huisvesting, activering, schuldhulpverlening.
➤ Van ZZ naar GGIn Gezonde Wijk is de ambitie het verschuiven van het accent op ziekte en zorg (ZZ) naar het accentueren van gezondheid en gedrag (GG). Betrokken partners stemmen het aanbod, de houding van de professionals en de organisatie daarop af.

 

Een huisarts uit de gemeente Emmen zet zich in voor preventie. Hij zegt hierover het volgende:

Patiënten met diabetes geef ik bij wijze van behandeling leefstijladviezen, bijvoorbeeld over meer bewegen, gezonde voeding en stoppen met roken. Om verdere narigheid te voorkomen, maar eigenlijk is deze secundaire preventie dweilen met de kraan open, veel liever zou ik met mijn preventie aan de voorkant zitten, zodat mensen überhaupt geen diabetes ontwikkelen. (…) het project Slim Kids in Klazienaveen is een goed voorbeeld. De gemeente Emmen, de GGD, scholen, huisartsen, fysiotherapeuten, diëtisten, kinderpsychologen en andere zorgverleners werken samen om kinderen met overgewicht te begeleiden. Toch is dit niet waterdicht, want deze kinderen kunnen in de schoolpauze wel patat gaan halen of in de supermarkt goedkope chips kopen. Om hier op gemeenteniveau iets aan te doen, moet je gemakkelijk bij de wethouder binnen kunnen stappen. Daarom ben ik vanuit de Zuid-Oost Drentse Huisartsencoöperatie (ZODHC) zes uur aangesteld als coördinator huisartsen-gemeente. (…) Zo lukt het steeds beter om de noodzakelijke samenhang te organiseren tussen zorg, volksgezondheid en sociaal domein. Het is een kwestie van de lange adem, maar gezamenlijkheid is uiteindelijk de enige manier om iets te doen aan de gezondheidsachterstand van mensen die het sociaaleconomisch moeilijk hebben.”
Bronnen
https://www.lhv.nl/service/werkmap-huisarts-en-gemeente
http://www.overvechtgezond.nl/files/Visie%20en%20strategie%20GWO.pdf
http://www.gezondin.nu/thema/preventie-zorg/praktijkvoorbeelden
http://www.gezondin.nu/blog/39-organiseren-van-samenhang-daar-gaat-het-om

Patiënten kunnen ervaren dat wandelen met z’n tweeën of in een groepje makkelijker is vol te houden.

Voorbeeld uit de praktijk
Onder meer een fysiotherapeut in Amsterdam-Noord en een huisarts in Arnhem hebben wandelgroepjes met patiënten opgezet tijdens de lunchpauze.

Tip
Wilt u weten wat er in de wijk wordt aangeboden? Op HAweb.nl is een overzicht te vinden van regionale sociale kaarten. Per huisartsenkring staat een overzicht van zorgaanbieders, organisaties, nascholingen, etc. Heeft u een HAweb-account? Kijk op:

www.haweb.nl/sociale-kaart

Statushouders

Vertrouwen ligt in het verlengde van elkaar kennen. Voor vluchtelingen, net als bij andere patiënten, is het belangrijk dat een huisarts geïnteresseerd in hem of haar is en iets afweet van het leven voor de vlucht en het leven nu in Nederland. Te weten dat de arts hen begrijpt helpt om duidelijk te maken dat u de patiënt graag wil leren kennen om hem of haar te kunnen begrijpen.

In ‘Huisarts en vluchteling. Practicum Huisartsgeneeskunde’ van Evert Bloemen en Jaap van der Laan kunt u onderstaande tips en meer praktische informatie vinden over cultuursensitieve communicatie met vluchtelingen.

Tips

  • Let op dat u langzaam en duidelijk spreekt. Hard praten hoeft niet.
  • Stel iedere vraag los van andere vragen en vermijd dubbele vragen in een vraag.
  • Vermijd negatieve vragen, want die kunnen misverstanden veroorzaken. (“Heeft u geen last van vermoeidheid?”).
  • Door goed te luisteren, hoort u aanwijzingen voor het antwoord vaak in de klacht.
  • Geef tijd en ruimte om te antwoorden, het mag even stil zijn.
  • Ondersteun en moedig aan om zich uit te spreken.
  • Verifieer of u goed begrepen bent en of u het goed heeft begrepen.
  • Vermijd jargon (het woord wordt herkend, de betekenis niet altijd).
  • Passende humor kan helpen. Cynische humor wordt niet altijd begrepen.
  • Handhaaf de regels van etiquette (beleefd, respectvol, gemanierd).

Bron
Evert Bloemen en Jaap van der Laan (2012) ‘Huisarts en vluchteling. Practicum huisartsgeneeskunde’, Reed Business, Amsterdam. 978-9035234109

 

 

In veel culturen is het gebruikelijk niet meteen ter zake te komen, maar eerst in de relatie te investeren. Dit levert u als huisarts op dat u relevanter antwoord krijgt op uw vragen, sneller de context van de klachten begrijpt, dat uw uitleg makkelijker wordt geaccepteerd en uw adviezen beter worden opgevolgd.

Een uitgebreid kennismakingsgesprek met vluchtelingen die nieuw in de praktijk zijn, is zowel voor huisarts als vluchteling van meerwaarde. Zo’n gesprek helpt om relevanter antwoord op vragen te krijgen, sneller de context te kunnen begrijpen en beter inzicht in risicofactoren in het gezin te hebben. Voor de vluchteling leidt het tot meer acceptatie van uitleg en adviezen. En een kennismakingsgesprek helpt om het vertrouwen te winnen.

Ook hierbij is het prettig eerst te verwelkomen, vragen te stellen over familie en welzijn en pas daarna to the point komen. Daarna kan het gaan over opleiding en werk, maar ook over ervaringen tijdens het vluchten en de aanleiding voor de vlucht. Dit kan emotioneel beladen zijn, maar vluchtelingen weten dan dat ook hierover gesproken kan worden met een huisarts. De huisarts heeft meteen een eerste indruk.

Tips
Geef vluchtelingen ‘waakzaam de tijd’. De tijd om te wennen aan de nieuwe situatie en de gebeurtenissen te verwerken. In een aflevering van het televisieprogramma De Reünie op Vlieland uit 2002 waar in 1997 een asielzoekerscentrum was geopend, spreken de vluchtelingen hun waardering uit voor de huisarts die zij destijds hadden. De huisarts was zelf ooit als jongen uit Nederlands-Indië naar Nederland gekomen en voelde intuïtief aan dat het bieden van een luisterend oor en het geven van tijd nodig is bij het wennen in Nederland. Waakzaam omdat er ingegrepen – zoals in de situatie van Khaled – moet worden als er hulp nodig is.

Vragen die bijvoorbeeld in een kennismakingsgesprek gesteld kunnen worden:

‘Lastig he, een nieuw land, een nieuwe taal…’
‘Is religie voor u belangrijk? Biedt het u houvast?’
‘Hoe bent u opgegroeid? In wat voor gezin?’

Bron
Maria van den Muijsenbergh & Eldine Oosterberg (red.) (2016) ‘Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk, praktische tips en inspirerende voorbeelden’, Pharos/NHG. ISBN-nr 978-90-5793-265-6

Wees alert op een plotselinge verandering van de gezondheid bij vluchtelingen, ook na jaren waarin het goed is gegaan. In het dagelijks leven kan een vluchteling iets tegenkomen of meemaken dat als ‘trigger’ werkt. Veel voorkomende triggers zijn berichten op sociale media, nieuwsbeelden en berichten op televisie, en het ziek worden of overlijden van een achtergebleven familielid.

Tip
Meer informatie over PTSS bij vluchtelingen is te vinden op:
http://www.huisarts-migrant.nl/ptss-bij-vluchtelingen/

Na eerdere studies naar de relatie tussen PTSS en (chronische) pijn, is in 2008 een inzichtelijk model gemaakt waarin te zien is hoe de wederzijdse beïnvloeding plaats kan vinden: het circulair vermijdingsmodel. Het kan zijn dat een patiënt enkel de symptomen van de pijncirkel ter sprake brengt. Omdat beide cirkels leiden tot vermijding en inactiviteit, versterken deze elkaar. Om de cirkels te doorbreken helpt het de PTSS-cirkel in beeld te krijgen.

Bronnen
Liedl en K. Knaevelsrud (2008) Chronic pain and PTSD: the Perpetual Avoidance Model and its treatment implications, Torture, 18:6976
Evert Bloemen en Jaap van der Laan (2012) ‘Huisarts en vluchteling. Practicum huisartsgeneeskunde’, Reed Business, Amsterdam

Naast de vragen die Guus aan Khaled stelt, zijn er nog andere mogelijkheden. Guus gebruikt de ‘Primary Care PTSD screen’. Een screening die in de Verenigde Staten is ontwikkeld om snel en zo vroeg mogelijk PTSS op te sporen bij uit oorlogsgebied teruggekeerde militairen. Deze kan goed gebruikt worden bij vluchtelingen, mits u alert bent op eenvoudiger taalgebruik. Huisartsen zijn getraind in het afstemmen van de communicatie op de patiënt, maar voor laaggeletterden en mensen die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn, vereist deze afstemming extra aandacht.

Als drie vragen met een “ja” worden beantwoord, wijst dit bij 85 procent van de personen op het bestaan van PTSS. Als twee vragen met “ja” worden beantwoord wijst dit bij 77 procent van de personen op een PTSS.

Ook is er de PROTECT-vragenlijst.
PROTECT-vragenlijst

Vragen‘Vaak’ betekent: meer dan normaal en leed veroorzakend Ja Nee
1 Val je vaak moeilijk in slaap?
2 Heb je vaak last van nachtmerries?
3 Heb je vaak hoofdpijn?
4 Heb je vaak last van lichamelijke pijnklachten?
5 Word je snel en gemakkelijk boos?
6 Denk je vaak terug aan pijnlijke ervaringen uit het verleden?
7 Voel je je vaak bang of angstig?
8 Vergeet je vaak gewone dagelijkse dingen?
9 Valt je op dat je steeds minder interesse hebt in dingen?
10 Heb je vaak moeite je te concentreren?

 

Als er 0-3 keer beantwoord is met “ja” dan is er een laag risico op posttraumatische problematiek. Wordt er 4-7 keer met “ja” beantwoord dan is het een medium risico. Wordt er 8-10 keer met “ja” beantwoord dan is het een hoog risico.

Bronnen
http://www.pharos.nl/documents/doc/webshop/protect_versienl_50pag.pdf

  1. Prins et al. (2003) The primary PTSD screen (PC-PTSD): development and operating characteristics. Primary Care Psychiatry 9:9-14

Evert Bloemen en Jaap van der Laan (2012) ‘Huisarts en vluchteling. Practicum huisartsgeneeskunde’, Reed Business, Amsterdam

De manier waarop over gevoelens gepraat wordt, verschilt per cultuur.

Tips
Een tip voor het bespreekbaar maken van zorgen: een patiënt kan in de spreekkamer voelen dat gespannenheid tot pijn leidt door de handen tot vuist te maken en heel strak te spannen. Voor veel mensen kan het abstracte idee dat ‘kopzorgen’ tot lichamelijke pijnklachten kunnen leiden beter te bevatten zijn als zij hier een voorbeeld van krijgen. Dat de samengeknepen handen pijn doen, maakt het logischer dat ook de zorgen tot een gespannen lichaam leiden en dat weer tot klachten kan leiden.

Mocht u meerdere vluchtelingen in de praktijk hebben, dan kan het lonen als u of de POH het boek ‘Goed ouderschap in moeilijke tijden’ leest. ‘Goed ouderschap in moeilijke tijden’ is een handleiding waarin een preventief programma voor asielzoekers en vluchtelingen wordt beschreven. Het is gebaseerd op de Multi Family Therapy, die in Engeland is ontwikkeld voor gezinnen met veel problemen. De essentie is ouders in moeilijke tijden te ondersteunen in hun ouderschap, waardoor hun veerkracht toeneemt en zij hun kinderen goed kunnen ondersteunen. Verergering van klachten of symptomen wordt hierdoor voorkomen. Deze handleiding biedt naast een heldere beschrijving van de methode ook veel achtergrondinformatie over hoe deze gezinnen omgaan met stress.

Voorbeeld uit de praktijk
De rugzak met stenen wordt door verschillende huisartsen op verschillende plekken in Nederland gebruikt. Zo vertelde een Iraanse man waarom zijn huisarts in Arnhem zo’n prettige arts is. Hij zei dat de huisarts het gevoel kent van eenzaamheid, van heimwee en depressie. Ook begreep hij door de uitleg van zijn huisarts eindelijk waarom hij ziek wordt van zijn zorgen. De huisarts had een rugzak gevuld met stenen en hem gevraagd de rugzak om te doen en plaats te nemen in de wachtkamer. Toen de huisarts hem na een kwartier weer binnen vroeg, vroeg hij of hij ergens pijn had. Dat had hij zeker. De huisarts legde uit dat zorgen net als de stenen zijn, die zijn ook zwaar voor het lichaam.

Bron
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/algemeen/webshop/product/291/goed-ouderschap-in-moeilijke-tijden

Met het gebruik van het woord ‘helpen’ in plaats van ‘behandelen’ kan een patiënt meer steun ervaren. Wanneer een vluchteling veel heeft meegemaakt, weerstand heeft ondervonden, kan het idee dat de huisarts kan helpen opluchting en hoop bieden.

Een POH-GGZ kan aan de hand van Het Culturele Interview in gesprek gaan. Het Culturele Interview bestaat uit vragen waarmee iemands migratieverleden, geloof en culturele normen en waarden inzichtelijk gemaakt worden. Voor POH-ers heeft Pharos in samenwerking met NIVEL een trainingsprogramma ontwikkeld waarin Het Culturele Interview en cultuursensitief werken een plaats hebben gekregen.

Bron
Het Culturele Interview en meer informatie daarover vindt u op:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/herkennen-laaggeletterdheid-en-effectief-communiceren/culturele-interview

Het klinkt voor de hand liggend, maar is toch belangrijk om goed te beseffen: Vluchtelingen zijn gewone mensen met ongewone ervaringen. Behandel ze ook gewoon. Geef ze inzichten en tools.

Mantelzorg

 

In Nederland zijn verschillende centra voor mantelzorg en expertisecentra mantelzorgondersteuning waar mantelzorgers worden geholpen met hun vragen. Ook kunnen mantelzorgers in aanmerking komen voor verschillende vergoedingen, bijvoorbeeld dubbele kinderbijslag of een vergoeding van reiskosten. Bij centra voor mantelzorg biedt men ook hulp bij het aanvragen van dergelijke vergoedingen.

Bronnen
https://www.mezzo.nl/pagina/voor-mantelzorgers/thema-s/geldzaken/vergoedingen

Om een indruk te krijgen van wat er aan ondersteuning geboden wordt, kunt u kijken naar de website van het centrum voor mantelzorg in Amsterdam:
http://www.markant.org/over-markant/wat-we-doen/

 

1 op de 5 patiënten in een huisartsenpraktijk is mantelzorger. De LHV pleit met Mezzo, Expertisecentrum Mantelzorg (samenwerkingsverband van Vilans en Movisie) en het Ministerie van VWS met een praktische toolkit mantelzorg, te waken voor ‘een patiënt achter de patiënt’.

Bron
https://www.lhv.nl/service/toolkit-mantelzorg 

Tip
Voor mantelzorg kunt u in het HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z14 mantelzorg, noteer in het HIS of iemand mantelzorg geeft/ontvangt.

Laaggeletterdheid

Het herkennen van laaggeletterdheid is belangrijk om te weten of het voor de patiënt nodig is om uw communicatie aan te passen en te kunnen aansluiten bij de manier van leren van de patiënt. Als de kennis en kunde van patiënten verbetert, zal hun zelfmanagement effectiever worden en preventief handelen toenemen.

Tips
Let op de volgende signalen van laaggeletterdheid:
Een patiënt

  • vult geen formulieren in
  • antwoordt niet adequaat
  • gedraagt zich ongemakkelijk als hij/zij iets moet opschrijven of leze
  • komt vaak niet, of te laat op de afspraak
  • neemt medicatie niet goed in
  • heeft moeite met het omschrijven van de klacht
  • heeft moeite met het chronologisch presenteren van symptomen
  • stelt weinig of geen vragen
  • leest geen bijsluiters.

Voorbeeldzinnen
“Veel mensen vinden lezen en schrijven lastig. Heeft u moeite met lezen?”
“Hoe vaak helpt iemand u bij het lezen van brieven of folders?”

Bronnen
Bekijk hoe een huisarts uit Amsterdam-Noord een patiënt vraagt naar laaggeletterdheid in het filmpje ‘Laaggeletterdheid in de praktijk – de huisarts’ op:
http://www.lezenenschrijven.nl/hulp-bij-scholing/laaggeletterdheid-en-gezondheid/
Wilt u meer weten over laaggeletterdheid en hoe laaggeletterdheid is te herkennen?
Bekijk de factsheet laaggeletterdheid van Pharos:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheidsvaardigheden/laaggeletterdheid-en-gezondheidsvaardigheden

 

In de factsheet leest u over de relatie tussen laaggeletterdheid en gezondheid, over het vóórkomen en herkennen van laaggeletterdheid en enkele tips. Eén van de tips is om gebruik te maken van eenvoudig voorlichtingsmateriaal. In de factsheet staat waar u dit kunt vinden.

Laaggeletterdheid betekent vaak dat patiënten ook vaardigheden missen om hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden. Tijdens een consult presenteert een patiënt triviale zaken – het hondje van de buurvrouw dat is overleden – en ongeordend de klachten.

Veel mensen die laaggeletterd zijn, hebben moeite met:

  • spreken/begrijpen, lezen, schrijven, rekenen
  • abstraheren, hoofd- en bijzaken onderscheiden
  • samenvatten, categoriseren
  • plannen, zelfreflectie
  • een tweede taal kunnen leren.

Een gesprek tussen huisarts en patiënt kan op het oog soepel verlopen, terwijl achteraf blijkt dat de patiënt er weinig van begrepen heeft. Dit kan tot frustratie en een onprettig gevoel leiden zowel bij huisarts als bij patiënt. Patiënten die zich veilig en op hun gemak voelen, zullen eerder aangeven dat zij woorden niet begrijpen of de uitleg nog eens willen horen. In de communicatie met laaggeletterden is de non-verbale communicatie daarom erg belangrijk.

Tips

  • Wees concreet: uitleg rondom medicatie als ‘drie maal daags’ is soms moeilijk te begrijpen. Beter is het in zo’n situatie om aan te sluiten bij de belevingswereld van de patiënt. Bijvoorbeeld: ‘na het ontbijt’, ‘na het avondeten’ en ‘na het bidden’.
  • Gebruik non-verbale uitingen: een warme begroeting, patiënt op zijn gemak stellen, knikken, maak oogcontact
  • Neem de tijd, praat langzaam
  • Hanteer eenvoudig taalgebruik
  • Pas de teach-back methode toe
  • Gebruik afbeeldingen
  • Instrueer vaardigheden door voor te doen, na te laten doen en te herhalen

Bronnen
Handig zijn de checklist van de LHV ‘LHV-checklist communicatie op maat van laaggeletterden’ en het ‘Werkplan laaggeletterdheid in de huisartsenpraktijk’ van de Landelijke Achterstandsfondsen.

https://www.lhv.nl/service/toolkit-laaggeletterdheidhttps://www.lhv.nl/service/toolkit-laaggeletterdheid

In het Werkplan is veel praktische informatie te vinden. Bijvoorbeeld hoe een afsprakenkaartje er uit ziet dat getest is onder laaggeletterden. De uitgebreide toolkit helpt u uw praktijk en de zorg die u verleent toegankelijker te maken voor laaggeletterden. U treft er heldere uitleg en advies, ook over de praktijkinrichting en rondom medicatie.

http://www.zel.nl/wp-content/uploads/2014/09/Werkplan-Laaggeletterdheid-in-de-huisartsenpraktijk.pdf
http://www.lezenenschrijven.nl/

  1. van den Muijsenbergh & E. Oosterberg (red.). ‘Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk’ is een uitgave van Pharos en het NHG. ISBN: 978-90-5793-265-6; 406 p.:
    http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/zorg-voor-laaggeletterden-migranten-en-sociaal-kwetsbaren-in-de-huisartsenpraktijk

 

Patiënten die laaggeletterd zijn worden in hun gedrag, net als ieder ander, beïnvloed door de mensen met wie zij leven. Het betrekken van familie of naasten uit de directe omgeving kan een effectieve strategie zijn om laaggeletterden te helpen bij het realiseren van gezonder gedrag.

Het helpt ook met patiënten mee te denken zodat zij weten hoe ze lastige situaties in het eigen sociale leven kunnen oplossen. Denk aan ‘Nee, dank je’ durven zeggen wanneer de buurvrouw voor de deur staat met een heerlijk zoete taart. Of hoe te reageren op een feestje als er opmerkingen worden gemaakt als je om water vraagt in plaats van frisdrank.

Voorbeeld uit de praktijk
Patiënten hebben ervaren dat wandelen met z’n tweeën of in een groepje makkelijker is vol te houden. Onder meer een fysiotherapeut in Amsterdam-Noord en een huisarts in Arnhem hebben wandelgroepjes met patiënten opgezet. De patiënten leren elkaar kennen en spreken na verloop van tijd – met wat aanmoediging – ook zelf af om te gaan wandelen.

Tip
Een advies overnemen betekent vaak een verandering in het leven van de patiënt. Denk aan een ander eetpatroon of het dagelijks innemen van medicatie. Vraag de patiënt of hij of zij het prettig vindt als ook de andere gezinsleden uitleg krijgen. Vraag dan of ze meekomen naar een consult waarin dit wordt besproken. Wanneer de partner van de patiënt de boodschappen doet, is het goed als deze op de hoogte is van wat de patiënt wel en niet eet. Het is niet altijd vanzelfsprekend dat een patiënt dit zelf aan de eigen partner kan uitleggen. Het kan daarom helpen als de dokter het zegt.

 

Voor laaggeletterdheid kunt u in de HIS onderstaande ICPC-codering invoeren:

  • Z07.01, analfabetisme, ook gebruiken voor laaggeletterdheid, E-regel en episode aanpassen.
    Voor taalbarrière gebruikt u (gebruik je) Z04 (sociaal-cultureel probleem), E-regel en episode aanpassen.
    In geval van laaggeletterdheid en taalbarrière beide codes gebruiken.

Pharos biedt de training ‘Laaggeletterd, laaggeschoold en lage gezondheidsvaardigheden’ aan. Deze trainingen gaan in op:

  • leren herkennen van lage gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid
  • inzicht van de invloed van een lage scholing op basisvaardigheden, leerstijl en abstractieniveau
  • communicatie aanpassen aan patiënten met een lage scholingsachtergrond.

Bronnen
Heeft u belangstelling voor een incompany aanbod? Neemt u dan contact op via training@pharos.nl of (030) 234 98 00.

Meer informatie over trainingen van Pharos kunt u vinden op:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/algemeen/trainingen

‘Talige’ folders over aandoeningen en gezond leven bereiken laaggeletterden en analfabeten niet of nauwelijks. Dit voorlichtingsboekje is speciaal voor deze groepen ontwikkeld. Er is een gedrukt boekje, een digitale folder en een digitale folder die wordt voorgelezen in meerdere talen. Uit onderzoek blijkt dat de combinatie van plaatjes, eenvoudig taalgebruik én geluid (voorlezen) het best werkt.

Op de website van Pharos is meer eenvoudig voorlichtingsmateriaal te vinden, bijvoorbeeld waarin een hielprik wordt uitgelegd.

Bronnen
http://www.strakszwangerworden.nl/strip

http://www.pharos.nl/documents/doc/kelly_en%20karim_willen_zwanger_worden.pdf

http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/eenvoudig-voorlichtingsmateriaal

Voor patiënten met laaggeletterdheid kan de drempel hoog zijn om zelf het niet goed kunnen lezen of schrijven ter sprake te brengen. U helpt een patiënt door voor te stellen andere betrokken zorgverleners op de hoogte te brengen. U kunt de patiënt ook adviseren om het zelf te benoemen bij andere zorgverleners, afhankelijk van wat past bij deze patiënt. Uiteraard mogen medisch gegevens alleen met toestemming van de patiënt gedeeld worden.

Voorbeeld uit de praktijk
Een patiënt werd vanuit het sociale wijkteam doorverwezen naar een diëtist omdat hij in korte tijd veel was aangekomen. Meneer was laaggeletterd en in overleg met hem had de wijkverpleegkundige aan hem gevraagd of zij dat mocht doorgeven aan de diëtist opdat zij hem beter kon ondersteunen. De diëtist op haar beurt was zeer content met het initiatief van de wijkverpleegkundige; in het verleden was het meermalen voorgekomen dat zij pas na enkele consulten herkende dat de betreffende patiënt laaggeletterd was en een aangepaste wijze van communiceren behoefde. Omdat er vanuit de basisverzekering maar enkele consulten worden vergoed, kan dit de behandeling flink beïnvloeden.

Tip
U kunt in overleg met de patiënt ook op het recept voor de apotheek vermelden dat de patiënt laaggeletterd is. Deze en andere tips zijn te vinden in het Werkplan laaggeletterdheid in de huisartsenpraktijk (zie ook onder Zo communiceert u met laaggeletterden.)

Bron
http://www.zel.nl/wp-content/uploads/2014/09/Werkplan-Laaggeletterdheid-in-de-huisartsenpraktijk.pdf

Het is voor patiënten met laaggeletterdheid prettig als ingewikkelde of nieuwe boodschappen herhaald worden. Ook bij de manier van leren van laaggeletterden past herhaling: voordoen – nadoen – herhalen – automatiseren.

Om zeker te weten dat een patiënt begrepen heeft wat er besproken is, kunt u het beste vragen of de patiënt u kan uitleggen wat hij of zij moet doen. Dit is de zogenaamde teach-backmethode. De teach-backmethode houdt in dat u vraagt of de patiënt wil navertellen wat u heeft uitgelegd. Patiënten ervaren dit doorgaans niet als belerend of beledigend, maar juist dat ze serieus genomen worden.

Voorbeeldzinnen
“Ik wil weten of ik het goed heb uitgelegd. Kunt u mij vertellen wat u nu moet doen?”
“Ik wil zeker weten dat ik goed heb laten zien hoe het werkt. Kunt u voordoen hoe u straks thuis de inhalator gaat gebruiken?”

Tip
Kijk wat ex-laaggeletterde Dicky zegt over de teach-backmethode:
http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/ex-laaggeletterden-vertellen-hun-verhaal-video

Door aan te sluiten bij de leefwereld van de patiënt maakt u het makkelijker voor een patiënt met laaggeletterdheid om te begrijpen wat u wil zeggen. Abstract denken is vaak lastig en wat u zegt kan heel letterlijk genomen worden. Door in uitleg voorbeelden uit het leven van de patiënt te noemen, voorkomt u verwarring.

Tip
In 15 korte filmpjes (2-3 minuten) vertellen taalambassadeurs van Stichting ABC (ex-laaggeletterden) op informele wijze hun verhaal. Met voorbeelden van ervaringen bij onder andere de huisarts, apotheek en diëtist. Ook geven ze tips aan professionals en organisaties hoe deze zich kunnen aanpassen in de mondelinge en schriftelijke communicatie. http://www.pharos.nl/nl/kenniscentrum/laaggeletterdheid-en-gezondheid/ex-laaggeletterden-vertellen-hun-verhaal-videoclips

Voorbeelden uit de praktijk
Een diëtist in een achterstandswijk in Arnhem laat patiënten foto’s maken van wat ze eten en die per whatsapp aan haar sturen. Dit is voor haar patiënten een concrete manier om in beeld te brengen wat ze eten en helpt om het gesprek over aanpassingen aan het dieet duidelijk te bespreken. Daardoor hoeven deze patiënten geen eetdagboek in te vullen, wat lastig is voor laaggeletterden.

Een diëtist uit Rotterdam vraagt ook haar patiënten foto’s te maken, maar pakt dit bij de patiënten met een migrantenachtergrond minder direct aan. In het gesprek over wat de patiënt eet zegt ze: “Dat klinkt heerlijk dat gerecht. Ik ben er erg nieuwsgierig naar. Zou je foto’s willen maken, zodat ik het kan zien?” Voor sommige migrantenpatiënten werkt deze indirecte manier van vragen naar het maken van foto’s van de gerechten beter. Meer over cultuursensitieve communicatie in hoofdstuk 2, 4 en 5.

Een huisarts uit Arnhem kent zijn patiëntenpopulatie goed. Van sommige patiënten weet hij dat het voorleggen van keuzes als onprettig wordt ervaren. Deze patiënten geeft hij heldere opdrachten op een vriendelijke maar directieve wijze.

Tip
Plan afspraken met laaggeletterden op de hele en halve uren.

Voorbeelden uit de praktijk
Huisarts: “U wandelt normaal een keer in de week naar het winkelcentrum, doet u dit de komende tijd twee keer in de week. Zullen we samen kijken welke dagen voor u goed zijn?”

Een patiënt van een diëtist uit Arnhem is gewend eten af te halen. Normaal haalt hij een afhaalmaaltijd van 500 gram. De diëtist adviseert voortaan 400 gram te halen.

Een patiënt die niet zo goed Nederlands spreekt kwam vaak niet opdagen. Toen kwam de huisarts uit Venlo erachter dat deze mevrouw niet goed kon klokkijken. Ze besloot haar van te voren op te bellen: “Morgen hebben we een afspraak en komt u voor u naar uw werk gaat naar mij.”

 

Uit onderzoek komt naar voren dat patiënten hun gezondheidsgedrag kunnen verbeteren, wanneer ze wat meer zelfvertrouwen krijgen. Mensen die laaggeletterd zijn hebben meestal al in hun jeugd meegemaakt dat dingen niet goed lukten: zij waren de slechtste in de klas. Zet zich dat voort in de rest van hun leven, dan kan daaruit volgen dat ze opgeven om nog iets te proberen. “Bij mij gaat toch alles fout, de dokter moet mij maar beter maken.” Kleine opdrachten geven die de patiënt wel zelf kan uitvoeren, helpt om het zelfvertrouwen van de patiënt te doen toenemen, waardoor de patiënt steeds meer vertrouwen krijgt dat hij of zij zelf aan de eigen gezondheid kan bijdragen.

Tip
Ruth Koops van ‘t Jagt heeft aan de Rijksuniversiteit Groningen samen met Ype Driessen fotostrips ontwikkeld met ‘sociale scripts’ die patiënten meer zelfvertrouwen geven tijdens hun gesprekken met Huisartsen. Meer informatie is verkrijgbaar via r.koops.van.t.jagt@rug.nl

‘Het verhaal van Lisa’ is een filmpje ontwikkeld door de stichting Lezen & schrijven waarin wordt uitgelegd hoe laaggeletterdheid van generatie op generatie kan overgaan als er niet ingegrepen wordt:
https://www.lhv.nl/service/toolkit-laaggeletterdheid

Samen met het NHG en Stichting Voorlichters Gezondheid als partners, heeft Pharos een praktisch en visueel ingericht handboek ontwikkeld voor de beperkt gezondheidsvaardige diabetespatiënt. In het handboek worden patiënten op een beeldende manier meegenomen en wordt stap voor stap uitgelegd wat diabetes is, wat ze zelf kunnen en moeten doen, met welke verschillende zorgverleners ze te maken krijgen en wat ze daar kunnen verwachten.

Er is ook een handleiding voor de POH-er en huisarts over het werken met het handboek bij een beperkt gezondheidsvaardige patiënt. Het is aan te raden de training waarin ook coachende vaardigheden voor in de huisartsenpraktijk aan bod komen, te volgen.

Bron
Meer informatie over het handboek voor gebruikers ‘Ik heb diabetes, wat kan ik doen?’, de handleiding en de training ‘Zorg in eigen hand: coachende vaardigheden bij laaggeletterden met een chronische aandoening’ (beide voor de zorgverlener) vindt u op:
www.pharos.nl/diabetes

Het niveau van klokkijken van laaggeletterde patiënt kan laag liggen. Vaak kunnen patiënten wel het hele uur of het halve uur lezen. Een afsprakenkaartje met daarop een klok en het tijdstip van de afspraak erop getekend is een handig hulpmiddel. Het is ook prettig als de afspraken altijd op dezelfde dag op het zelfde tijdstip plaatsvinden. Het is dan makkelijker te onthouden.

Bron
Een voorbeeld van een afsprakenkaartje met klok vindt u op:
http://www.zel.nl/wp-content/uploads/2014/09/Werkplan-Laaggeletterdheid-in-de-huisartsenpraktijk.pdf

De huisarts heeft als geen andere zorgverlener een vertrouwensrelatie met de patiënt. Als een patiënt ervaart dat een zorgverlener nooit tevreden is, dan is de relatie niet goed. Wat helpt bij laaggeletterde mensen bij wie het zelfvertrouwen niet groot is, is het ondersteunen bij het zetten van kleine stapjes. “Ja, het is gelukt!” in plaats van telkens weer te moeten zeggen “Nee, het is me weer niet gelukt.” Lukken kleine stappen wel dan zijn zowel de patiënt als de zorgverlener tevreden. En dat help weer om nieuwe doelen te stellen. “Kijk, u kunt het wel! Dus het volgende doel lukt u ook.”

Voorbeeld uit de praktijk
Een nurse practitioner uit Amsterdam zette haar patiënt als volgt aan tot meer bewegen: “Neem niet de auto of de bus naar de supermarkt, maar fiets of ga lopen.” Dat is een haalbaar doel. Ze zei niet “Ga sporten!” want dat was op dat moment een brug te ver.

Maak zo concreet mogelijk wat er gezegd wordt door het voor te doen of voor te laten doen. Dan kunnen er geen misverstanden ontstaan.

Tips
Laaggeletterde patiënten leren door: voordoen – nadoen – herhalen – automatiseren. Waar mogelijk is het goed om informatie te herhalen. Ook voordoen is prettig voor patiënten met laaggeletterdheid. Laat de patiënt bijvoorbeeld lichaamsdelen bij zichzelf aanwijzen.

Inhalatiemedicatie gebruiken veel mensen verkeerd, tot wel 70 procent van alle patiënten met astma. Er zijn tal van factoren die een rol kunnen spelen. De ademhalingstechniek rondom het inhaleren, het niet schudden van de inhalator voor gebruik, tot de houding waarin het hoofd wordt gehouden tijdens het inhaleren.

Op inhalatorgebruik.nl staan instructies voor zo ongeveer alle soorten inhalatoren, inclusief filmpjes. Van groot belang is dat de patiënt het voordoet in de praktijk, nadat de huisarts het heeft voorgedaan. Maar om het inhaleren te automatiseren is het noodzakelijk dat de patiënt thuis wederom oefent met de instructievideo. Bovendien moet het ieder jaar bij de huisartsenpraktijk of apotheek een keertje worden herhaald; al te gemakkelijk sluipen er andere gewoonten in. En dat geldt zeker niet alleen voor laaggeletterden. Afspraken tussen huisarts en apotheker over deze herhaalde uitleg voorkomen dat patiënten de inhalator na verloop van tijd toch verkeerd gaan gebruiken.

Tip
Laat uw patiënt www.inhalatorgebruik.nl zien.

Bron
Chronische longziekten vormen een groot en toenemend probleem. Niet voor niets hebben de Verenigde Naties hun lidstaten opgeroepen een Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten (NACL) in te stellen en uit te voeren. Een van de doelen van het Nederlandse NACL (longalliantie.nl/nationaal-actieprogramma-chronische-longziekten/) is om het rendement van inhalatiemedicatie in 2019 met 20 procent te hebben verbeterd.

Het Trimbos instituut heeft eenvoudig plaatmateriaal ontwikkeld. Met deze ‘praatplaten’ kan de relatie tussen psychische en lichamelijke klachten en de mogelijke (migratiegebonden) oorzaken van de depressieve klachten besproken worden.

Bron
Meer informatie over het bestellen van het materiaal en een bijbehorende cursus is te vinden op:
https://www.trimbos.nl/producten-en-diensten/webwinkel/product/?prod=AF0452

Overig

Een gesprek met een kind zonder ouders erbij geeft het kind soms meer ruimte om vrijuit te vertellen over ervaringen, bijvoorbeeld met ongewenst seksueel gedrag van andere kinderen of familie of bekenden.

Voorbeeld uit de praktijk
Een huisarts uit Nijmegen pakt het als volgt aan:

“Ik vind het in een situatie als deze belangrijk om waar de moeder of vader bij is tegen het kind te zeggen dat ik van haar begrijp dat ze vervelende dingen heeft meegemaakt en dat ik weet dat het soms niet zo gemakkelijk is om over dat soort dingen te praten waar je ouders bij zijn. Ook zeg ik dat het heel belangrijk is dat we weten wat er nou precies is gebeurd, om ervoor te zorgen dat het niet nog eens gebeurt. Ik zeg tegen het kind dat ik graag eventjes alleen met haar wil praten, terwijl haar moeder in de wachtkamer wacht. Daarna zullen we haar moeder weer binnenvragen en met haar bespreken wat zij moet weten en wat we eraan gaan doen. Daarna richt ik mij tot de moeder. Ik zeg haar dat ik begrijp dat zij zich grote zorgen maakt en wellicht zelfs boos is en dat het vanzelfsprekend is dat zij als moeder wil weten wat er is gebeurd met haar kind. Maar toch is het belangrijk dat ik nu even alleen met het kind praat, zal ik zeggen, terwijl de moeder wacht in de wachtkamer. Terwijl ik dat zeg, sta ik op en doe de deur open, zodat de kans het grootste is dat de moeder ook werkelijk naar de wachtkamer gaat. Wat ik na het gesprek met het kind aan haar moeder zal vertellen, dat bespreek ik eerst met het kind. Medebepalend daarvoor zijn de ernst van de feiten en de kans op herhaling.”

Een simpele manier om met uw patiënt in gesprek te raken over gezond leven is de patiënt te vragen een cijfer te geven voor de eigen gezondheid. Als de patiënt een antwoord geeft – bijvoorbeeld een 6 – vraag dan hoe dit cijfer iets omhoog zou kunnen, bijvoorbeeld een 7 worden. Dit helpt de patiënt actief te denken over de stappen die hij of zij zelf kan nemen om gezonder te leven.

Het 4D-model is ontwikkeld door twee huisartsen in de wijk Overvecht in Utrecht en is geïnspireerd op het ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health), het biopsychosociaal model (Engel, 1977) en het 4D denkraam van Robert Coppenhagen (Creatieregie; Visie en verbinding bij verandering, 2002). Om de kennis en ervaring van deze huisartsen te verspeiden is Stichting Volte opgericht. Volte werkt met oplossingen uit de praktijk voor en door professionals. Volte geeft onder meer scholing in het werken met het 4D-model, in SOLK en begeleidt implementatie, geeft lezingen en biedt tools zoals het 4D-blocnote.

Pharos heeft adviezen voor de implementatie van de NHG ‘SOLK standaard’ bij patiënten met een migranten achtergrond geschreven. Ook hierin wordt meer informatie over het 4D-model gegeven. Het 4D-model staat ook in de boeken ‘GGz in de huisartsenpraktijk’, en ‘Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk’.

Bronnen
http://www.stichtingvolte.nl/#het4dmodel http://www.pharos.nl/documents/doc/webshop/onzichtbare_pijn-solk.pdf

In gemeenten die met hulp van een Achterstandsfonds trainingen in het 4D-model geven. Onder andere Amsterdam:
https://www.aof-amsterdam.nl/index.php/70-zorg-voor-complexe-patiënten-in-de-huisartsenpraktijk-training-4-domeinen-model-d-d-28-september-2016

Het is voor patiënten niet altijd vanzelfsprekend dat zij zelf een actieve rol nemen in hun herstel of voor hun gezondheid. De Amerikaanse onderzoeker Judith Hibbard ontwikkelde de ‘Patiënt Activity Measure’ om te meten hoe actief een patiënt zich inzet voor de eigen gezondheid. Zij vond dat patiënten die dit matig tot zwak doen, in hun leven veel hebben ervaren dat zij iets niet (goed) kunnen. In de klas waren zij de slechtste leerlingen, en als volwassenen waren zij minder succesvol. Dit maakt dat zij weinig zelfvertrouwen hebben in het eigen kunnen en sneller geneigd zijn alles bij de arts neer te leggen. Later onderzoek wees uit dat het herstellen van dit vertrouwen bijdraagt aan een hogere activiteit.

Het 4D-model helpt patiënten om te begrijpen dat zij zelf stappen moeten zetten om zich beter te voelen.

Voorbeeld uit de praktijk
Een fysiotherapeut uit Utrecht kreeg regelmatig patiënten binnen die direct op de bank gingen liggen, naar hun schouder of rug wezen en zeiden: “Hier moet ik gemasseerd worden.” Als hij deze patiënten in plaats daarvan oefeningen meegaf, waren ze verbaasd en gingen ze op zoek naar een andere fysiotherapeut die wel gewoon ging masseren. In de jaren die volgden hebben zorgverleners en professionals uit de publieke gezondheid en welzijn zich ingezet voor een integrale wijkaanpak. Onder andere het 4D-model werd ontwikkeld. Als huisartsen nu een patiënt doorverwijsen naar de fysiotherapeut, leggen zij eerst uit aan de patiënt wat de fysiotherapeut kan doen en wat de patiënt zelf kan doen.

 

Bijna 1 op de 5 huishoudens heeft risicovolle of problematische schulden. Zelden melden patiënten dit direct aan hun huisarts. Toch is het waarschijnlijk vaker een indirecte reden dan veel huisartsen vermoeden.

Er zijn steeds meer aanwijzingen voor een nauwe verwevenheid tussen gezondheid en financiële problematiek. Onderzoek toont aan dat mensen met financiële problemen vaker last hebben van:

  • stress-gebonden lichamelijke klachten (zoals rugpijn)
  • psychische klachten
  • vaker overgewicht of obesitas

Alertheid op signalen en aankaarten van de financiële situatie is een eerste stap bij de aanpak van onderliggende problemen. Een integrale aanpak van schulden en gezondheidsklachten helpt bij het verbeteren van de gezondheid van patiënten met schulden.

Tips

  • Zorg voor laagdrempelige informatie over schuldhulpverlening in de wachtkamer (op een videoscherm, folders over vrijwilligers die helpen met de financiële administratie, etc.)
  • Vraag door als een patiënt financiële problemen met u wil bespreken.
  • Verwijs naar een wijkteam of afdeling schuldhulpverlening, die de patiënt helpen de juiste ondersteuning te vinden.
  • De ‘Vernieuwde editie De eindjes aan elkaar knopen’ van Platform 31 en VNG geeft een overzicht van mogelijkheden (zie onder bronnen).

Voorbeeldzinnen
“Er zijn veel mensen die klachten ontwikkelen, zoals die van u, doordat ze financiële zorgen hebben. Heeft u ook geldzorgen?”

“U heeft lage rugklachten. Uit onderzoek is bekend dat die vaak samengaan met financiële problemen. Mag ik u vragen in hoeverre het lukt om rond te komen?”

Bronnen
http://www.platform31.nl/publicaties/vernieuwde-editie-de-eindjes-aan-elkaar-knopen#